Beoordeling archeologisch rapport Spoorstraat Doetinchem
- Aan
Gemeente Doetinchem, t.a.v. Gerdien Dutman
- Zaaknummer
2024EA1570
- Onderwerp
Nieuwbouw school Spoorstraat, Doetinchem
- Behandeld door
Annemieke Lugtigheid
Indi Lugtenberg
- Datum
31-10-2024
- Opsteller rapport
E.M. ten Broeke
- Rapportnummer
25501.001
- Rapportdatum
21 oktober 2024
- Titel
Rapportage archeologisch bureauonderzoek en gecombineerd verkennend en karterend booronderzoek Spoorstraat (ong.) in Doetinchem, Gemeente Doetinchem
Advies
Archeologisch vervolgonderzoek is noodzakelijk: een proefsleuvenonderzoek aan de noordwestelijke, noordelijke, zuidwestelijke en oostelijke kant van het plangebied. Hiervoor moet een Programma van Eisen opgesteld en goedgekeurd worden.
Wanneer ter plekke van de voormalige loopgraaf dieper dan 40 cm -mv gegraven gaat worden, is hier een OO onderzoek noodzakelijk.
De milieu hygiënische situatie in het plangebied moet beter in kaart gebracht worden (locatie ondergrondse tanks, is er verontreiniging aanwezig, is er gesaneerd; waar en hoe diep).
Inleiding
De gemeente Doetinchem wilt aan de Spoorstraat te Doetinchem een nieuwbouw school bouwen. Het plangebied heeft geen exact adres. Voor deze ontwikkeling is een archeologisch vooronderzoek noodzakelijk. Dit vooronderzoek beslaat een archeologisch bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd door Econsultancy. De resultaten van dit onderzoek zijn vastgelegd in een rapport. De gemeente Doetinchem vraagt de Omgevingsdienst Achterhoek om dit rapport te beoordelen. De beoordeling van het rapport staat hieronder weergegeven.
Beoordeling
Het onderzoek met bijbehorende rapportage voldoet aan de hiervoor geldende richtlijn uit de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 4.2).
Het onderzoek voldoet niet aan het archeologiebeleid van de gemeente Doetinchem.
Ik heb de volgende opmerkingen op de rapportage:
In het rapport wordt beschreven dat de bodem -1 meter kan worden afgegraven zonder archeologisch onderzoek. Echter laten de boorstaten zien dat de fossiele akkerlaag zich deels al rond de 1,10 m -mv bevindt. Als men een buffer aanhoudt van 30 cm, mag er dus niet dieper dan 80cm - mv worden gegraven. Op staal funderen zou daarom ook niet mogelijk zijn, tenzij er een volledig archeologisch onderzoek wordt uitgevoerd.
In het bureauonderzoek is aangegeven dat er vanaf de jaren '60 van de vorige eeuw een kippenslachterij, een machinefabriek en een dieseltankplaats op het plangebied bevonden. Ook zijn er enkele onder- en bovengrondse tanks binnen het plangebied aanwezig geweest. Er zal een kaart toegevoegd moeten worden aan het rapport met de locaties van de ondergrondse tanks, omdat de bodem hier diep verstoord zal zijn.
Aansluitend op het vorige punt. In het rapport wordt niet aangegeven of de bodem in het plangebied is gesaneerd. Zo ja, kan dit ook op een kaart worden weergegeven. Dit maakt het helder waar mogelijke vervuiling nog kan zitten en waar het al is afgegraven. Dit bepaalt ook het type onderzoek en de veiligheid voor onderzoek.
Conclusie/advies
Om de minimale buffer van 30 cm te waarborgen adviseren wij niet meer dan 80 cm – mv te gaan graven zonder archeologisch onderzoek. De ontwikkelaar wilt graag op staal funderen, dus er zal dieper dan 80 cm – mv worden gegraven. Wij raden voor deze reden een archeologisch onderzoek (variant proefsleuven) aan voor de noordwestelijke, noordelijke, zuidwestelijke en oostelijke gebieden binnen het plangebied (zie kaart.)
In de oostelijke kant van het plangebied kunnen mogelijk nog resten uit de tweede wereldoorlog in de bodem zitten. Wij raden aan om in dat gebied niet dieper dan 30 à 40 cm – mv te gaan graven zonder specialistisch onderzoek naar OO (ontplofbare oorlogsresten). Daarnaast moet in het rapport worden aangegeven welke milieuhygiënisch onderzoek en ingrepen zijn uitgevoerd en waar de ondergrondse tanks liggen.
Voorafgaand verder onderzoek moet een Programma van Eisen worden opgesteld en ingediend te worden bij het bevoegd gezag voor goedkeuring.
